Niet-begeleide minderjarige vluchtelingen vertellen (3): “Elf slechtste maanden van mijn leven”

Hoe voelt het om als niet-begeleide minderjarige vluchteling in ons land aan te komen? Reporter Jef Cauwenberghs zocht verschillende jongeren op. Deel 3: Rachid (18) uit Afghanistan.

Zijn vriendelijke glimlach verraadt nauwelijks dat Rachid (18) er enkele moeilijke jaren heeft opzitten. Op zijn zestiende ontvluchtte hij Afghanistan uit angst voor de Taliban. Zijn ouders waren toen al overleden aan een ziekte.

“Ik betaalde 8000 euro aan mensensmokkelaars om via de Balkan naar hier te komen. Niet alleen de reis, maar ook mijn eerste maanden in België waren de hel. Het was de eerste keer dat ik zo ver van mijn familie was. Ik had stress en bijna elke nacht vreselijke nachtmerries. Ik ben toen uiteindelijk naar een psycholoog gestapt, daarna ging het wat beter.”

“In het begin wilde ik met niemand praten over al mijn problemen. Ik sloot me af. Nu realiseer ik me dat dit niet de oplossing is. Door erover te praten met vrienden of een journalist zoals jij, weten mensen ook wat we doorstaan en achter de rug hebben.”

De situatie waarmee jongeren bij hun aankomst geconfronteerd worden, is volgens Rachid schrijnend. “Na mijn registratie ben ik overgeplaatst naar het Klein Kasteeltje. Ik kan je met mijn hand op het hart zeggen dat dit de elf slechtste maanden van mijn leven waren. Ja, zelfs slechter dan mijn vlucht.”

Terug naar huis

“Ik had het gevoel dat de maatschappelijk assistenten niet open stonden om met ons over onze problemen te praten. Sommigen werden zelfs boos als je om hulp vroeg. Soms gingen we met vrienden weg en kwamen we te laat terug. Dan hadden we schrik om op straat gezet te worden. Een normale tiener kan je daar allesbehalve zijn.”

Nadien werd Rachid overgeplaatst naar een LOI (Lokaal Opvanginitiatief)

in Leuven. “Hier voel ik me beter op mijn plek. We hebben meer vrijheden en de mensen zijn vriendelijk. Toch heeft mijn hele verblijf na mijn vlucht sporen achtergelaten. Ik denk nog vaak aan wat had kunnen zijn.”

“Ze zeggen dat de jaren tussen je vijftiende en achttiende cruciaal zijn. Die had ik dan ook liefst in Afghanistan doorgebracht. Door die hele nieuwe omgeving pik je ook slechte gewoontes op. Hier in België ben ik bijvoorbeeld beginnen roken. Andere jonge moslims uit het centrum drinken nu alcohol.”

“Op termijn zie ik mezelf niet als Belg. Ik voel me welkom, maar als de oorlog voorbij is, wil ik terug naar huis. Al is mijn hoop niet groot. Het komt nooit meer goed. De Amerikanen hebben met hun politiek alles kapotgemaakt.”

© 2018 - StampMedia - Jef Cauwenberghs en Anneka Robeyns