Jongeren en religie: “Een mens zonder levensbeschouwing bestaat niet”

Jongeren en religie

StampMedia-reporter Stef Vananderoye (22) zoekt in tijden van Chanoeka en Kerst uit hoe jongeren omgaan met zingeving en levensbeschouwing. Met zijn bijdrage hoopt Vananderoye het onderwerp religie bespreekbaar te maken onder jongeren. Vandaag: een gesprek met expert Arseen De Kesel.

In mijn zoektocht naar de religieuze gewoontes van jongeren ga ik eerst te rade bij een expert, academicus Arseen De Kesel. Hij leerde me vijf criteria die belangrijk zijn om te spreken van een levensbeschouwing. “Religie kan je niet alleen herleiden tot ethiek.”

Arseen De Kesel is een gepensioneerd hoogleraar in de Godgeleerdheid en de Bijbelse filologie. Tot 1998 gaf hij godsdienstles aan de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Vandaag zet hij zich in Limburg in voor interreligieuze dialoog en doet hij regelmatig aan bijbel- en koranstudie. Om zijn ideeën te ordenen richtte hij zelfs een kleine website op.

Geloof vroeger en nu

Is er een duidelijk verschil hoe mensen in het verleden en vandaag geloven?

De Kesel: “Vlaanderen is historisch gezien heel katholiek geweest, tot op het fundamentalistische af zelfs. Vreemde religies en niet-kerkelijke mensen werden als slecht beschouwd. De babyboom na de Tweede Wereldoorlog bracht een democratisering van het onderwijs op gang. Mensen die vandaag ouder zijn dan zeventig hebben nog een strenge katholieke opvoeding gekend. De generaties daarna zijn stilaan uit de kerk beginnen wegblijven.”

“Dergelijke ontvoogding was nodig, maar ik merk dat de huidige generatie van de religieuze omwenteling weinig heeft meegekregen. Het lijkt er bovendien op dat religie opnieuw een opkomst kent en jonge ouders hun kinderen terug willen dopen. Jonge priesters gedragen zich daarnaast opvallend conservatiever.”

“De jonge gezinnen terug naar de mis krijgen, zal echter niet zo makkelijk zijn. De liturgie is in katholieke kerken nog steeds een saaie bedoening waardoor jonge mensen eerder aangetrokken zijn tot de evangelische kerk. Deze kerk is veel opener en werkt met zang en dans. In de preken wordt over het dagelijkse leven gesproken, waardoor jongeren zich sneller aangesproken voelen. Dat is een probleem voor de katholieke kerk.”

Het lijkt erop dat steeds meer mensen pleiten voor het verbannen van religie uit de openbare ruimte. Wat denkt u daarover?

De Kesel: “Het maatschappelijke debat rond religie is een machtsstrijd geworden. In sommige hoeken wordt gevreesd dat islamisering te fel optreedt en de katholieke kerk wordt afgebroken. Er wordt geprobeerd alle vormen en uitingen van godsdienst uit het publieke leven te bannen, omdat de instanties die ermee geassocieerd worden in het verleden te veel macht hadden. Mensen die vinden dat levensbeschouwingen niet aan bod mogen komen proberen net hun eigen visie op het leven op te dringen. Ze beslissen bijvoorbeeld wie subsidies krijgt en wie niet. Een mens zonder levensbeschouwing bestaat niet.”

Fundamentalisme vermijden

Heerst er angst voor fundamentalisme?

De Kesel: “Fundamentalisten zijn er niet alleen onder gelovigen, maar ook onder vrijzinnigen. Je kan beter je energie in positieve dingen steken dan andere religies zwart te maken. We moeten verdraagzaam met elkaar omgaan en respecteren dat we verschillende meningen hebben. Conflicten komen voort uit het veralgemenen van zogenaamde waarheden. Het gaat er net om als mens te kunnen aanvaarden dat jouw waarheid niet de absolute waarheid is en dat geen van ons de volle waarheid kan kennen.”

“Begrijp me niet verkeerd, er is niets mis met vrijzinnig zijn. Wie gelooft, moet beseffen dat geloven niet vanzelfsprekend is. Zelfs al ben je overtuigd atheïst, er toch altijd een marge voor twijfel. Je kan het bestaan van god niet wetenschappelijk bewijzen, maar ook niet ontkrachten. Gelovigen en niet-gelovigen vinden elkaar in dat stukje twijfel, dat er altijd moet zijn.”

Wat heeft u geleerd uit u eigen ervaring met godsdienstles te geven aan jongeren?

De Kesel: “Ik gaf godsdienstles aan studenten van de opleiding Kleuteronderwijs. Van hen werd toen verwacht dat ze een aangepast vak godsdienst aan kleuters konden geven. Sommige van de studenten waren gelovig, anderen zei het niets. Ondertussen zijn het dertigers die misschien zelf al kinderen hebben. Ik zou niet kunnen inschatten hoe ze er nu tegenover staan.

“Voor het onderwijs, vooral in lagere scholen, is het belangrijk dat men niet fundamentalistische godsdienst gaat geven. Men moet kinderen de ruimte geven om te kiezen of ze het aanvaarden of niet. Als men het te sterk oplegt, kiezen vele jongeren op latere leeftijd voor atheïsme willen ze niets meer met religie te maken hebben. Leerkrachten moeten eigenlijk de jongeren helpen om zelf hun levensbeschouwing te vinden. Er wordt nog iets te strak vanuit de christelijke strekking vertrokken.”

“Het is moeilijk om godsdienst als vak te brengen. Sommige jongeren zijn daar nog niet aan toe. Als ze er geen interesse in hebben, wordt het een blokvak. Van onderwijs wordt wel eens gezegd dat het de nieuwsgierigheid van jongeren doodt, terwijl religie net gebaseerd is op verwondering voor het leven en het zoeken naar antwoorden. Als vragen van jongeren niet aan bod komen heeft godsdienstonderwijs weinig zin.”

Vijf criteria

Sommigen hebben liever een algemeen vak ethiek of zedenleer dan godsdienst. Wat denkt u daarvan?

De Kesel: “Religie kan je niet herleiden tot ethiek. De mens heeft ook nood aan verhalen, aan samenkomen, het beoefenen van rituelen en een organisatie waarbinnen dat kan. Deze vijf criteria moeten bij een levensbeschouwing aan bod komen. Ik vermoed dat bij jongeren de organisatie en de leer niet zo sterk meespelen, maar dat rituelen en ervaring vooral belangrijk zijn.

“Ik vraag me af hoe de toekomst er uit gaat zien. De oudere generatie wil van ontvoogding niets weten, de tussenin generatie trekt er zich weinig van aan en de huidige generatie lijkt opnieuw interesse te hebben. Vroeger was religie iets dat werd opgelegd, nu is geloof, met de opkomst van het esoterisme, een ervaring, iets dat je zelf beleeft.”

© 2014 – C.H.I.P.S. StampMedia – Stef Vananderoye