Het oergevoel: de Kerk als eetcafé

Maarten, vrijzinnige

StampMedia-reporter Stef Vananderoye (22) zoekt in tijden van Chanoeka en Kerst uit hoe jongeren omgaan met zingeving en levensbeschouwing. Met zijn bijdrage hoopt Vananderoye het onderwerp religie bespreekbaar te maken onder jongeren. Vandaag: een gesprek met Maarten van Krimpen, vrijzinnige.

Dag 5: Ietsisme

Maarten van Krimpen (26) is lang op zoek geweest. Op dit moment noemt hij zichzelf een vrijzinnige. Hij is een van de weinigen die het geloof in God afzweren maar tegelijkertijd aanvoelen dat er toch ‘iets’ is, de zogeheten ietsisten. Hij omschrijft het als een soort oergevoel.

Welk beeld heb jij van God?

van Krimpen: “Voor mij is God gewoon liefde, een soort oergevoel. Dat is toch wat ik ervan heb gemaakt. Ik kan niet in een god geloven als ik niet zeker ben. Sommige mensen beginnen te geloven in het bestaan van God omdat ze een zeker teken hebben gekregen. Ik sluit niks uit, maar zolang ik geen teken heb gekregen, geloof ik er niet in.”

“Christelijke mensen die ik ken vertellen mij dat ze de aanwezigheid van God hebben gevoeld. Zo heb ik het oergevoel meegemaakt. Ik werk al jaren mee aan het theaterfestival de Parade. Daar had ik dat gevoel door de dingen die ik heb meegemaakt en de mensen die ik ontmoet heb. Ik heb dat gevoel als ik met mensen kan praten en dingen kan doen die ik leuk vind. Het is een heel sterk gevoel, wat me gelukkig maakt.”

Zijn jongeren volgens jou nu conservatiever of vrijer in hun geloof dan vroeger?

van Krimpen: “Ik heb beide meegemaakt. Ik ben naar de Wereldjongerendagen in Keulen en Sydney geweest, wat een heel gave ervaring was. Daar kwam ik beide soorten jongeren tegen. Dus zie ik geen trend ten opzichte van vroeger.”

“Ik heb wel eens ruzie gehad met andere jongeren omdat we niet overeenkwamen. Soms kan ik er niet tegen dat mensen zo vast overtuigd zijn terwijl ik denk dat het fout is. Ik ben daar gelukkig minder koppig in geworden. Maar als ik het niet eens ben met een conservatief standpunt, ga ik er gelijk tegen in.”

Opvoeding

Ben je religieus opgevoed?

van Krimpen: “Mijn vader gelooft niet en mijn moeder is van thuis uit katholiek, maar niet strenggelovig. Ik heb dus niet echt voor iets anders gekozen dan ik uit mijn opvoeding mee kreeg. In mijn puberteit ging ik fel op zoek naar mijn geloof. Toen ik vijftien was, luisterde ik naar cabaretiers zoals Hans Teeuwen en Youp van ’t Hek. Teeuwen steekt bijvoorbeeld de draak met verschillende godsdiensten in zijn sketches en van ’t Hek heeft de liedjes Niemand weet hoe laat het is en Godverdegod geschreven. Dat zette me wel aan het denken. Toen gaf ik me in de middelbare school op voor de commissie die de paas- en de kerstviering voorbereidde. Ik was met religie bezig zonder dat ik er erg in had.”

“Dat mis ik enorm bij de huidige Kerk. Ik ben onlangs naar een paasviering geweest in de moderne kerk van Rotterdam. Dat was verschrikkelijk saai. Er zat kraak nog smaak aan. Weer hetzelfde paasverhaal en voorlezen uit Genesis. Ik heb er niets vernieuwends gezien, maar voelt voor mij als lopende bandwerk aan. Ik ben weer iets te vrijzinnig om naar een jeugdkerk te gaan. Dan heb ik meer aan ontmoetingen met mijn vrienden van het theater.”

Op welk moment koos je ervoor om niet (meer) te geloven in God?

van Krimpen: “Ik vind niet dat alle godsdiensten of geloofsovertuigingen onzin zijn. Mijn geloofsidentiteit is mede bepaald door de boeken die ik heb gelezen. Zo zijn er twee waar ik heel veel aan heb gehad, nl. Geloven in een God die niet bestaat van dominee Klaas Hendrikse en De reis van Theo van Cathérine Clément. In De reis van Theo komen bijvoorbeeld heel intelligente mensen voor, die in God geloven. Het boek liet me zien dat er ook veel goede kanten aan religies zijn, zonder godsdienstoorlogen of kruistochten uit de weg te gaan. Als er echt een God bestaat zou hij die oorlogen niet toestaan. Maar ik vind religie zeker niet gevaarlijk.”

“Hendrikse vindt dat de Kerk moet zijn als een eetcafé. Er is ruimte voor iedereen, ongeacht levensbeschouwelijke achtergrond. Een plek waar iedereen terecht kan die trek heeft in geestelijk voedsel. Daar ben ik het volledig mee eens. Iedereen heeft een verhaal en door gesprekken te voeren kom je een stuk tot bezinning.”

Geloven is...

Wat is volgens jou het belangrijkste aan gelovig zijn?

van Krimpen: “Geloven helpt je de zin van het leven te vinden, de manier waarop je je leven wilt leiden. Geloof is een houvast en geeft je voor een stuk richting. Het geeft je de zekerheid dat je er niet alleen voor staat. Ik haal die inspiratie meer bij Youp van ’t Hek dan uit de Bijbel. Ik zou zeggen dat de gemeenschap en de ervaring belangrijk zijn. De rituelen daar heb ik weinig mee. Ze zijn heel repetitief en gaan niet direct over de gevoelens.”

© 2014 – C.H.I.P.S. StampMedia – Stef Vananderoye