‘Mijn biologische mama wou me als baby verkopen’

Van 10 tot 19 november vond de week van de pleegzorg plaats. Een periode waarin pleegouders en pleegkinderen extra in de verf worden gezet. En dat verdienen ze ook, vindt Tamara Reculé (31), die zelf al in een pleeggezin woont sinds ze negen maanden oud is.

“Als baby van drie maanden werd ik bij mijn biologische ouders weggehaald. Ik heb dan een half jaar lang in het opvangtehuis “De Hummeltjes” in Hasselt gezeten voor ik bij mijn pleegouders ben geplaatst.”De biologische ouders van Tamara waren niet in staat om voor haar te zorgen. Ze werd bij hen niet gevoed en verzorgd zoals het hoort. “Mijn biologische moeder wou mij als baby verkopen omdat ik een meisje was en dat wel wat zou opbrengen.”

De biologische moeder van Tamara is enkele jaren geleden overleden. “Ik heb me niet verdiept om uit te zoeken waaraan ze is overleden. Hoe grof het ook mag klinken, voor mij was het een beetje een opluchting.” Ook met haar biologische vader heeft Tamara geen enkel contact meer. Twee maanden geleden stond hij na dertig jaar aan haar deur, maar Tamara heeft besloten om alle banden met haar biologische familie te verbreken. Hoe moeilijk de biologische ouders het Tamara ook gemaakt hebben, toch ziet ze ook een positief aspect aan hen. “Ik ben hen dankbaar omdat ze mij mijn leven hebben geschonken.”

Dertig jaar later woont Tamara nog steeds bij haar pleegouders. Wanneer een pleegkind achttien wordt, veranderen er heel wat zaken. De officiële opvang van het pleegkind stopt en de bezoekuren van de biologische familie zijn dan niet langer verplicht, wat voor Tamara een hele opluchting was. “Op mijn achttiende ben ik gewoon bij mijn pleegouders blijven wonen, en zolang ik mag, zal ik hier ook blijven. Ik ben heel erg gehecht aan hen. In mijn ogen hebben ze mij gered.”

Mama of pleegmama?

“Ik noem mijn pleegouders ‘mama’ en ‘papa’. Ik heb nooit anders geweten. Wanneer ik tijdens bezoekuren bij mijn biologische moeder was, noemde ik haar ‘mama Marie-Louise’. Soms wou ze dat, dan weer niet. Dat aantrekken en afstoten was voor mij als kind heel erg verwarrend.” En dat was niet het enige dat de relatie met haar biologische moeder moeilijk maakte. “Toen ik zes maanden oud was heeft ze mij gekidnapt uit het opvangtehuis. Wanneer ik iets ouder was en op school zat, kwam ze op de meest onmogelijke momenten binnenwaaien. Dan wou ze me meenemen, met alle gevolgen van dien. Ik was enorm bang van haar.”

Door de ongepaste optredens van haar biologische moeder was iedereen op de hoogte van Tamara’s situatie. “Daardoor stelden mensen veel vragen, wat als kind niet leuk was. Ik werd ook gepest omdat ik anders was.” Ook vandaag wordt Tamara nog aangesproken omdat ze in een pleeggezin woont. “Op een feest kwam er onlangs iemand naar me toe om me vlakaf in mijn gezicht te zeggen hoe het voelt om de vreemde vogel van de familie te zijn, want “Zo’n pleegkind was toch maar raar,”” zei ze. Zulke toestanden kwetsen me dan enorm.’

Volgens Tamara zijn er aan een pleeggezin meer nadelen verbonden dan voordelen. “Voordelen zie ik niet echt. Als kind is het erg verwarrend om twee mama’s en twee papa’s te hebben. Ik denk dat veel pleegkinderen daardoor getekend zijn. Ik vergelijk het met een vechtscheiding waarbij kinderen ook niet in een normale situatie zitten.”

Accidentje

“Ik heb ook psychologische hulp gezocht omdat ik bepaalde dingen niet geplaatst kreeg. Ik heb verlatings- en bindingsangst door de manier waarop mijn biologische moeder met me is omgegaan. Het was heel moeilijk om te begrijpen hoe ze op het ene moment trots op me was en een uur later tegen me zei dat ik een “accidentje" was en ze me nooit heeft gewild.”

Toch is er volgens Tamara één voordeel dat heel wat van de nadelen doet vergeten. “Het is geweldig om als kind de kans te krijgen om in een goed gezin opgevoed te worden en je te kunnen ontplooien.”

Om die reden wil Tamara zelf later misschien ook wel een pleegkind opvangen. “Eerst wil ik proberen om een kindje op een biologische manier te krijgen. Maar ik zou in mijn gezin ook graag een plaatsje vrijmaken voor een pleegkind, al weet ik heel goed dat dat niet altijd zo simpel is.”

Sukkelaartjes

“Mijn pleegouders konden geen kinderen krijgen op een biologische manier. Zij hebben er dan voor gekozen om twee pleegkinderen op te vangen, ikzelf en mijn pleegbroer. Ze vonden dat er in België genoeg sukkelaartjes hulp nodig hadden, en dus niet enkel kinderen uit andere landen. Ik ben hen ontzettend dankbaar. Want in tegenstelling tot mijn biologische moeder ben ik voor hen geen “accidentje", zij hebben mij met heel hun hart gekozen. Ze hebben mij altijd alles gegeven wat mijn hartje verlangde, en ik heb nooit iets te kort gehad. Nog altijd niet.”

Onlangs heeft Tamara met een pleegkind van vijf afgesproken. Ze herkende veel van zichzelf in haar. “Net als mij was ze heel sociaal en had ze veel aandacht nodig. Ze vroeg ook of ik een puppy voor haar wou kopen. Zulke dingen deed ik als kind ook. Ik gaf meer aandacht aan materiële dingen omdat ik het gevoel had dat mensen me toch maar in de steek lieten. En dat gevoel heb ik nog steeds.”

Tamara weet dus als geen ander met hoeveel ups en downs een pleegkind te maken krijgt. Ze heeft dan ook veel respect voor pleegouders. “Een hele dikke chapeau voor alle liefde, geduld en aandacht die ze aan hun pleegkinderen geven. Ook al laten pleegkinderen niet altijd merken wat pleegouders voor hun betekenen, toch weten ze dat maar al te goed. Op een dag zullen ze beseffen wat hun pleegouders voor hun gedaan hebben, en wat voor grote helden het zijn.”

Vreemde eend

De pleegvader van Tamara, Willy Vanroy, weet dat een pleegkind opvoeden niet altijd even makkelijk is. “Andere mensen vonden het gek dat wij ‘vreemde kinderen’ in huis haalden. Soms hadden zelfs leerkrachten geen begrip voor onze situatie waardoor Tamara al eens van school is moeten veranderen.”

Vanroy zegt ook dat zijn pleegkinderen soms anders behandeld werden dan andere kinderen. “Mensen waren heel oplettend naar het gedrag van mijn pleegkinderen. Als zij iets uitspookten, was dat altijd erger dan wanneer een ander kind iets deed.”

Ook het feit dat de biologische ouders nog inspraak hadden in bepaalde zaken maakte de situatie er niet makkelijker op. “Elke vakantie of operatie moest worden goedgekeurd door de biologische ouders. Zo niet, mocht er niets ondernomen worden. Door het nonchalante gedrag van Tamara’s biologische moeder zijn we ook dikwijls bij de politie beland. Haar moeder kwam nooit op de afgesproken uren, en wanneer we dan niet thuis waren, deed ze haar beklag bij de buren of bij de politie.”

Voor de pleegouders is het dus niet altijd even gemakkelijk. Vooral wanneer de biologische ouders nog een rol spelen in het leven van het pleegkind. Maar toch hebben Willy Vanroy en vrouw Rina Vranken geen seconde spijt van hun keuze. “We zouden het onmiddellijk opnieuw doen.”

© 2017 - StampMedia - David Panis